Zadelmak maken 1

Een paard van een jaar of drie kan nog niets. Het is eigenlijk een soort iets te blije puber, die plotseling heel erg groot geworden is maar dat zelf nog niet weet. En dat kan best wel lastig zijn. Wij hebben zo een vrolijke Frans op stal staan en hij gedraagt zich als een jong hondje die graag bij je op schoot springt, maar is inmiddels al groter dan alle andere knollen die we hebben staan. Nu hebben we die paarden niet om maar van ons voer en gras af te komen. Ze moeten zich door langdurige scholing en training opwerken, met als hoogste doel om ooit op zaterdagmorgen om half zes in de trailer te mogen vertrekken om vervolgens om half zes ’s middags weer thuis te komen, met een murw en chagrijnig baasje en een blij bazinnetje, dat een lint en een beker rijker is. En dus gaan we beginnen, die ellenlange weg van embryo tot 1-ers springend pirouette wonder.

Een paard van drie weet niet echt wat longeren is. Sterker nog, hij heeft nog nooit van longeren gehoord. Ik dacht altijd dat een paard dat gewoon kan, zoals een hond blaft en een papagaai ‘rotknol’ zegt, maar niets is minder waar. Onze dressuurkampioen in wording loopt aanvankelijk braaf mee naar de bak. M’n vrouw gaat in het midden staan en ik krijg de opdracht om helemaal niets te doen, hetgeen op zich te doen is, maar toch snel een voedingsbodem voor conflicten is:  “Waarom doe je nou niks?” , “Ja maar je zei toch…”,  “Je mag wel blijven nadenken hoor! Weet je wat, ga maar helemaal weg!” enzovoort. Dus ik doe zo goed mogelijk niets en m’n vrouw roep “Stap!” Het beest loopt een paar passen in mijn richting en blijft dan verbaasd staan als de longe strak komt te staan. Na veel gehannes heeft hij eindelijk een rondje gestapt. Dan ziet hij iets leuks –misschien wel een baasje die z’n adem inhoudt- en gaat maar eens galopperen. Dat kan ook bij longeren; komt zelfs regelmatig voor. Maar hij wil zo snel mogelijk van A naar B en B is in dit geval helemaal aan de andere kant van de bak, dus schiet hij als een speer in een rechte lijn door de bak en gaat, achtervolgd door de flapperende longe die m’n vrouw met een “Au” heeft losgelaten, steeds harder en komt met een sierlijke sliding bij het hek tot stilstand. “Leuk hé longeren”, briest hij me toe: “Nog een keer!”. De longe is weer terug veroverd en hij staat weer op z’n uitgangspunt; m’n vrouw in het midden. “Het is de bedoeling dat je rondjes loopt”, legt ze hem geduldig uit. Maar telkens gaat hij keihard naar de verste hoek van de bak, m’n vrouw nu een stukje buikschuivend erachteraan voordat ze de longe loslaat en nadat ze een kilo zand heeft gegeten opper ik om iemand voor de allereerste keer misschien te vragen om te helpen. “Want hij begrijpt het gewoon niet”, leg ik vlijmscherp concluderend uit. Dus dien ik op te hoepelen en dat komt me eigenlijk wel goed uit.

Ik ga voor de hondenmand zitten en zeg tegen onze Jackrussel: “Jij kan ‘waf’ en ‘rrwouw’, zeggen dus theoretisch moet je ook ‘vrouw’ kunnen zeggen. Maar een beest kan je natuurlijk niets leren en na een kwartiertje geef ik het op. Je moet dat ook niet willen; het is tegennatuurlijk om ze iets te leren en daarom kan dat ook niet.  Ik slenter weer naar buiten en hoor m’n vrouw “deeee-raffff” roepen en tot m’n overgrote verbijstering loopt onze uit de kluitengewassen puber keurig rondjes om haar heen. Wat is dat toch, vrouwen en paarden?

 


Paardencabaret! Mis het niet! Klik hier voor de komende voorstellingen. 
Nieuwste voorstellingen & columns in de mail? Schrijf je in voor de nieuwsbrief. Dat doe je hier.

2018-09-18T16:19:27+01:00 18-09-2018|